Reissubsidies

ICOM Nederland verstrekt reissubsidies aan leden die voor hun internationale comité een buitenlandse reis moeten maken of die voor een comité op de General Conference aanwezig dienen te zijn. De betreffende reis kan in dit geval niet (geheel) vergoed worden door hun organisatie of internationale comité. Per reis wordt bekeken welk budget beschikbaar is en toegekend kan worden tot een maximum van € 1.000,-.

Indienen

Stuur de aanvraag minimaal drie maanden voor aanvang van de reis aan communicatie@icomnederland.nl, gericht aan het bestuur van ICOM Nederland.

De aanvraag is voorzien van:

  • Een duidelijke omschrijving van de opdracht of de specifieke rol voor het comité
  • De totale kosten van de reis en de argumentatie waarom de kosten niet geheel gedekt kunnen worden door de eigen organisatie
  • Het gevraagde bedrag om de reis te kunnen ondernemen.


Mail na de reis je verslag of onderzoek binnen 2 maanden aan het bestuur van ICOM Nederland, communicatie@icomnederland.nl.

 

Toegekende reissubsidies

Reissubsidie voor Kristel Witkam in 2016, deelname aan ICOM 24th General Conference Museums and Cultural Landscapes, Milaan.

Geacht bestuur,

Hierbij wil ik u bedanken voor uw financiële bijdrage aan het project van Blue Shield Nederland en mijn reis hiervoor naar Milaan. De bijeenkomst van Blue Shield tijdens de 24ste ICOM General Conference in Milaan was zeer geslaagd, met een goede opkomst van ongeveer 50 deelnemers.
Lees meer


Reissubsidie voor Arja van Veldhuizen in 2015, deelname aan CECA (Committee for Education and Cultural Action) conferentie

Arja van Veldhuizen, bestuurslid CECA en programmaleider Educatie en 'Collecties & Verhalen' bij Landschap Erfgoed Utrecht, ontving een reissubsidie voor de conferentie van CECA 17-21 september 2015 in Washington DC, United States. Het thema luidde: Museum Education & Accessibility – Bridging the Gaps. Er waren ongeveer 230 collega’s uit 64 landen aanwezig.

Download:

Verslag AvV CECA conference 2015 Washington


Reissubsidie voor Luc Eekhout in 2015, als voorzitter van ICOM NL 

Van 25-29 mei 2015 vond de conferentie van EXARC- een ICOM affiliated organisatie plaats in Cardiff (UK) getiteld "Managing archaeological open-air museums: current issues, future trends". 43 deelnemers uit Europa waren aanwezig. De nieuwe voorzitter van ICOM Nederland hield een lezing over het belang van het ICOM netwerk en het verbeteren van de museum professie.

Download:

Luc Eekhouts presentatie (Engels)


Reissubsidie voor Marija Jauković in 2014, deelname aan COMCOL (International Committee for Collecting) conferentie

De vierde COMCOL conferentie werd gehouden van 3 tot en met 6 december 2014 in  Celje in Slovenie, met als thema    'Collecting and Collections in Times of War or political and Social Change' .

Marija Jauković, alumna van de Reinwardt Aacademie, ontving van ICOM Nederland een resissubsidie voor haar presentatie op de conferentie, " From a museum to an Artifact',  casestudy Tropenmuseum.

Downloads:

Marija's presentatie (Engels)

Marija's verslag van de conferentie (Engels)


Reissubsidie voor Arja van Veldhuizen in 2014, deelname aan CECA (Committee for Education and Cultural Action) conferentie

Arja van Veldhuizen, bestuurslid CECA en programmaleider Educatie en 'Collecties & Verhalen' bij Landschap Erfgoed Utrecht, ontving een reissubsidie voor de conferentie van CECA & UMAC 9-14 oktober 2014 in Alexandrië, Egypte. Het thema luidde:  Squaring the circle? Research, Museum, Public A common Engagement towards Effective Communication.

CECA organiseerde dit jaar voor de derde keer de Best Practice Award, voor inspirerende educatieve programma’s. Angela Manders (project Museum voor 1 dag) voor musea Utrecht en het Rijksmuseum (Jij en de Goudne Eeuw) behoorden tot de vier Nederlandse inzenders die meedongen naar de CECA Best Practice Award 2014 (de anderen zijn het Wereldgrachten-project uit Amsterdam en Niko Bos van de Hermitage). Alle vier hebben een plek gekregen in de publicatie ‘CECA Best Practice 3’, die in Alexandrië is gepresenteerd. Zie voor de digitale versie:

https://drive.google.com/file/d/0B8yHu7SudP4kOW81QV8yaGZqcWc/view 

Download:

Arja's verslag van de conferentie

ICMAH annual conference “the professional and ethical dimensions of archaeology”

11-14 november 2015, Acropolis Museum, Athene (Griekenland)

Door: Roeland Paardekooper

Congresdagen waren 12 en 13 november, met een informeel welkom op de 11e en een ICOM-NL presentatie op 14 november. Bij de openingssessie waren 100 deelnemers. Het Acropolismuseum was een uitstekende congreslocatie en de diners rondom het congres waren ook goed georganiseerd.

Veruit de beste voordrachten waren de inleiding van France Desmarais (ICOM Parijs, FR) en Markus Hilgert, Pergamonmuseum Berlijn, DE). Ook de lezingen van Mazarakis “imagining the Balkans” en Sintès (public outreach in Arles) waren verhelderend.

Op donderdag 12 november werd in de openingswoorden door de diverse officials, met name door professor Pandermalis, directeur van het Acropolis Museum erop gehamerd dat de “Elgin Marbles” van het British Museum zo snel mogelijk terug zouden moeten naar Athene. De helft van de sculpturen bevindt zich in Londen. Pandermalis ging ook in op de toegevoegde waarde van digitale technieken naast de presentatie van de originele beeldhouwwerken. Wisseltentoonstellingen, vond hij, zijn een goede manier om tijdelijk stukken uit verschillende collecties te herenigen.

Dr Andreadaki-Vlazaki, Secretaris Generaal van het Griekse ministerie van Cultuur en Sport gaf ook alvast een voorschot door de vraag te stellen wie nu eigenlijk de eigenaar / rechthebbende is van culturele goederen? Griekenland telt 212 archeologische musea en ook al betreft het in 90% van de gevallen musea met een regionale dekking, ze vallen allemaal onder het ministerie. In de afgelopen vijf jaar zijn er ondanks de crisis 10 nieuwe archeologische musea geopend.

SESSIE 1: Archeologie, geschiedenis en identiteit

Professor Voudouri (Panteion University, Athene, GR) betoogde dat archeologisch erfgoed nationaal bezit is, ondanks de buitenlandse opgravingen in Griekenland. Antiquiteiten zag ze als heilige overblijfselen. Ze benadrukte de directe verbinding tussen het oude en het moderne Griekenland. Zij handhaaft een territoriale definitie, geen culturele: dus ook overblijfselen van buitenlandse mogendheden in Griekenland zijn Grieks nationaal bezit.

Professor Plantzos (University of Athens, GR) verhaalde over de Europese adel die weliswaar geen biologische verbondenheid had met de antieke beschavingen maar zich toch verbonden voelden met dit verleden en daarom antieke voorwerpen verzamelde, voor eigen gebruik. De Griekse natie is eigenlijk een construct gebaseerd op het idee van culturele continuïteit vanaf de oude Griekse beschaving tot het hedendaagse Griekenland.

Vincent Guichard (DG van Bibracte, FR) zijn verhaal ging over de opbouw van zijn museum in Bibracte als deel van de scheppingsmythe van Frankrijk onder Mitterrand (“we zijn allemaal afstammelingen van de Galliërs / Kelten”) en de daaropvolgende deconstructie van deze mythe. Vanaf 2010 is de collectie onder handen genomen om elke link naar Kelt of Galliër te verwijderen en meer de site (Mont Beuvray) voor zich te laten spreken. Guichard heeft het over onze voorgangers en niet onze voorouders, bijvoorbeeld.

Journalist Schattner uit Israël beschreef een complex voorbeeld van archeologie, geschiedenis en identiteit: illegale opgravingen in David’s City in Jeruzalem 1829-1911. Is de lokale opinie van enige waarde voor diegenen die ergens opgraven? Jerusalem is eigenlijk in de loop van de millennia van hand tot hand gegaan. De opgravingen van ruim een eeuw geleden hebben veel ethische schade aangericht.

Hoe zet je een tentoonstelling op die afstand neemt van de clichés op de Balkan maar waar alle deelnemende musea zich in kunnen herkennen? Mazarakis (National Historical Museum, GR) heeft zijn best gedaan. Veel van de aangeschreven musea voelde zich geen deel van de lappendeken die Balkan genoemd wordt en zeiden “waarom portretteer je de ander maar mij niet?” Uiteindelijk bleek het onderwerp te gevoelig te liggen bij verschillende landen waardoor goede bijschriften vervangen dienden te worden door betekenisloze politieke middenwegen.

SESSIE 2: Publieke toegankelijkheid en delen van kennis

Claude Sintès (Ancient Arles Museum, FR) begon met het uitleggen wat voor enorme rijkdom aan archeologische vondsten er onder water liggen in een stuk van 300 x 300 x 8 meter. Zijn museum is uitermate goed geslaagd in het betrekken van het publiek bij de ontdekkingen. Elke onderzoekeer kan / dient contact te hebben met het publiek maar er is heel wat voor nodig om het onderzoek hip te maken, bijvoorbeeld met performances. Het publiek dient vermaakt te worden, leert daar vervolgens wat van en dat heeft direct invloed op het publiek draagvlak en daarmee op de financiële middelen van de overheid voor verder onderzoek.

Vivar Lombarte (Centro d’Arqueologia Subaquatica de Calalunya, CAT) vertelde over een erg goed uitgevoerde opgraving van een vrachtschip met militaire lading. DE tentoonstelling maakt gebruik van interpretatie in de eerste persoon waarbij duidelijk werd dat de werkelijkheid beter is dan fictie. Négri (CNRS, FR) sprak over de ethische kanten van het tentoonstellen van archeologische menselijke resten. Ötzi bijvoorbeeld, wordt in het museum in Bolzano (IT) uitdrukkelijk gezien als object en niet als persoon. Respect voor menselijke resten zou weerspiegeld moeten worden in de wet. Dit heeft betrekking op zowel de levenden als de doden van een bepaalde samenleving.

Prof. Em. Bouras (National Technical University, GR) gaf een lezing over het restaureren van Grieks-Romeinse oudheden. Zijn belangrijkste reden om te restaureren is om ervoor te zorgen dat wat er nog over is niet verdwijnt. Afgezien van de theaters hebben de architectonische resten niet meer de functie van weleer. De romantische benadering bij restauraties is om alle sporen van het gebruik en aanpassing van het gebouw te behouden, maar een dergelijk gebouw is moeilijk om te begrijpen. Nieuw materiaal is nodig om het gebouw in oude glorie te herstellen, maar ondanks dat te kunnen herleiden wat oud en wat nieuw is.

Reconstructie is volgens hem uit den boze maar is het geen goed idee om sculpturen uit de publieke ruimte te verwijderen, in musea tentoon te stellen en te vervangen door kopieën? De heer Marin (Museum of Art & History Geneva, CH) gaf een vaag verhaal onder de titel “the museum in the city”. Hij verhaalde over de enorme illegale handel van archeologisch erfgoed in Geneve en hoe tegenwoordig meer vragen worden gesteld over de herkomst van voorwerpen dan vroeger. Eigenlijk dient onderzoek naar de herkomst van elk archeologisch voorwerp het hele traject van opgraving tot tentoonstelling te omvatten.

SESSIE 3: Eigendom en claims van archeologisch erfgoed

Desmarais (ICOM Parijs, FR), moderator van de beste sessie in dit congres, startte met de Code of Ethics van ICOM als basis van een discussie over eigendom en claims. De vier rigide principes die vaak bij claims gebruikt worden (nationality, legallity, morallity en universallity) vormen de bouwstenen van een vicieuze cirkel waarbij men vast komt te zitten. Te strak vasthouden aan een van deze ideeën betekent dat problemen onoplosbaar blijven – dialoog is de enige weg vooruit.

Professor Scovazzi (University of Milano-Bicocca, IT) bood meer inzicht in akkoorden tussen Italië en diverse grote Amerikaanse musea, een voorbeeldige aanpak voor andere landen. Italië krijgt illegaal verhandelde archeologica terug zonder langdurige processen en de musea behouden hun goede naam en krijgt het recht voorwerpen van gelijke waarde te lenen en meer samenwerking bij internationale projecten en opgravingen in Italië.

Benoît Kaplan (Ministry of Culture, FR) besprak de dynamiek van wat hij noemde “public ownership”, ofwel, eigendom door de staat. De Franse wetgeving is erg gecompliceerd en vaag – er zijn teveel verschillende wetten. Zijn voorbeeld bestond uit vondsten gedaan bij de aanleg van een snelweg – het land is onteigend, maar is het niet zo dat de originele eigenaar van het land recht heeft op een deel van de waarde van de antiquiteiten? De chaos in wetgeving stimuleert smokkel. Immobilia zijn staatseigendom. Detectormensen zijn een groot probleem.

Markus Hilgert (Pergamonmuseum Berlin, DE) gaf een voorbeeldige lezing over de noodzaak van traceerbaarheid van archeologische collecties (archaeological provenance research”). De doelen van dergelijk onderzoek zijn: - Voldoen aan de ICOM Code of Ethics - Rekenschap kunnen geven (accountability) - Het bepalen van de wettelijke status (legaal of illegaal) - Het bijwerken van de objectbeschrijvingen - Het nemen van verantwoordelijkheid voor lasten uit het verleden Methoden zijn: - Hoe is het object in onze collectie gekomen? - Wat is de huidige status? - Aanbevelingen voor de toekomstige status Voor dergelijk onderzoek is professioneel personeel nodig, met name geschoold in het gebruik van archieven. De dialoog heeft zowel politieke, historische als ethische kenmerken. Motivaties zijn: - Hogere mate van bewustzijn van de status van de collectie - Het integreren van postkoloniale kritiek - Het ontmaskeren van ongerechtigheden rond de collecties - Het benadrukken van de kracht van de verhalen van een museum - De basis voor rekenschap geven Het is belangrijk altijd contact te hebben met het land van herkomst. De uitdagingen die we hebben zijn - Het opzetten en vasthouden aan kwaliteitsstandaarden - Het maken van een masterplan op nationaal of zelfs EU niveau voor wat betreft onderzoek naar de herkomst van archeologische voorwerpen - Het bewustzijn dat dergelijk onderzoek cruciaal is.

Mevrouw Pipelia (Ministerie van Cultuur en Sport, GR) besloot de sessie met een voordracht over Griekse claims bij diverse musea in Amerika en Europa. Voor haar geldt het principe van het land van origine, een van de vier dogma’s genoemd door Mevrouw Demarais die leidt tot een vicieuze cirkelredenering. Een artefact is niks zonder de context ervan. Het zou goed zijn als alle Griekse voorwerpen in handen kwamen van de Griekse staat die vervolgens items kan uitlenen. Er is immers volgens mevrouw Pipelia, sprake van een “ononderbroken Griekse beschaving”. Een goed voorbeeld van samenwerking was de repatriatie van neolithische vondsten uit het Pfahlbaumuseum in Unteruhldingen, Duitsland, die in de Tweede Wereldoorlog door Duitsers in Griekenland waren opgegraven.

Naast de internationale verdragen zijn bilaterale overeenkomsten een belangrijk instrument voor Griekenland. De meeste akkoorden over teruggave van Griekse voorwerpen zijn het gevolg van onderhandelingen die geleid hebben tot win-win situaties voor Griekenland en de deelnemende musea. Zo had het Getty Museum een zeer succesvolle tentoonstelling van Griekse voorwerpen nadat het museum andere voorwerpen had teruggegeven. Het is belangrijk de keten van illegale handel te verstoren door vraag en aanbod te beïnvloeden. In de aansluitende discussie werd duidelijk dat het vertrouwen tussen partijen niet altijd groot genoeg is om tot het lenen van voorwerpen te komen.

SESSIE 4: Ethiek van archeologisch onderzoek

Mr Pion (INRAP, FR) legde uit hoe de archeologische wereld buiten de universiteiten zich sinds de jaren ’70 heeft ontwikkeld. Er zijn op dit moment 4.000 archeologen werkzaam in Frankrijk, 50% daarvan via INRAP bij wat ze ‘preventieve archeologie’ noemen. Er is geen gemeenschappelijke code of ethics die door zowel private als publieke archeologische bureaus wordt onderschreven, mede vanwege de grote competitie.

De heer Ighilahriz (National Archaeological Research Centre Algiers, DZ) beschreef opgravingen in het oude centrum van Algiers (La Place des Martyrs), daterend van enkele eeuwen voor Christus tot heden. Er is weinig wetgeving voor dergelijke grote reddingsoperaties. Op termijn wil men hier een site museum opzetten.

Hysecom (University of Geneva, CH) is een blanke archeoloog met dertig jaar ervaring in Afrika. Belangrijk, zo zei hij, is respect tonen voor de lokale samenleving en hun gebruiken te accepteren. Tachtig procent van de archeologen in Afrika komen van buiten het continent en er is helaas geen code of ethics voor het werk hier. Er zijn in Afrika veel ongeschreven regels. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je werk altijd bijdraagt aan het lokale welzijn in een regio, neem contact op met de academici in de buurt en biedt seminars aan.

Michel L’Hour (Dept of Subaquatic and Submarine Archaeological Research, FR) had een gepassioneerde presentative over commercieel schatzoeken in zee versus echte archeologie. Het is belangrijk altijd zogenaamde ontdekkingen ter discussie te stellen: de schatgraver wil iets spectaculairs om de prijs op te drijven terwijl de werkelijkheid heel anders kan zijn: loden munten in plaats van zilver bijvoorbeeld. Veel musea kopen nog steeds materiaal van dubieuze herkomst. Er zijn helaas geen regels die je in alle gevallen kan toepassen, gezond nadenken is hert credo. Musea en archeologen hebben ieder ook andere interesses: het is niet zo dat archeologen enkel de leverancier van collecties van musea zijn.

De laatste lezing was van de hand van mevrouw Simosi (Ministerie van Cultuur en Sport, GR) over het geplande museum in Piraeus voor onderwater archeologie. Een dergelijk museum is belangrijk voor een zeegaande natie zoals Griekenland. Aangezien het museum nog niet is uitgevoerd voldeed een filmpje gemaakt door de architect en de presentatie van enkele andere soortgelijke musea in Griekenland.

Conclusies

Vincent Guichard (Bibracte, FR) vatte het belang van ethische regels samen: het zijn hoekstenen van het kader waarbinnen we handelen. De wil om te reguleren is tegenwoordig groter dan vroeger. We willen een professionele museum sector, gebaseerd op best practice. Er zijn op dit moment teveel verschillende codes of ethics – deze zouden omgevormd moeten worden tot één algemeen geldende nieuwe versie van de ICOM Code of Ethics.

Myriame Morel-Deledalle (ICMAH President) noemde vier verschillende elementen: 1. Identiteit 2. Delen van informatie met het brede publiek 3. Problemen van toe-eigening 4. Claims Aangezien we allemaal deel zijn van dezelfde ketting is één enkele code of ethics noodzakelijk.